Diefstal van materieel op bouwplaatsen is een probleem waar veel aannemers mee te maken hebben. Om te voorkomen dat ladders, zaagmachines en andere uitrusting gestolen worden, worden ze opgehangen aan de kraanhaak, zodat ze niet meer bereikbaar zijn voor dieven. Klein materieel kan samengebracht worden in een materieelcontainer, die dan aan de kraan wordt opgehangen.

Om zowel de kraan als de opgehangen lasten veilig achter te laten tijdens de werkonderbrekingen of buiten de normale werkuren, gelden strikte regels, zoals blijkt uit de Codex boek IV, titel 4 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten. Concreet betekent dit dat er nooit lasten onbeheerd achtergelaten mogen worden aan kranen die op de openbare weg opgesteld worden of die onder invloed van de wind ook over de openbare weg kunnen draaien.

 

Art. IV.4-16.-Wanneer arbeidsmiddelen die dienen voor het hijsen of heffen van niet-geleide lasten bij het geheel of gedeeltelijk uitvallen van de energietoevoer de lasten niet meer kunnen houden, moeten passende maatregelen worden genomen om te vermijden dat de werknemers aan de daarmee gepaard gaande risico’s worden blootgesteld. De aan een hijs-of hefwerktuig hangende lasten mogen niet zonder toezicht blijven, tenzij de toegang tot de gevarenzone wordt verhinderd en de last volkomen veilig is vastgemaakt en wordt vastgehouden.

 

Nooit lasten boven publiek toegankelijke plaatsen

Om materieel op een veilige manier aan de kraanhaak op te hangen buiten de werkuren moeten de volgende 10 regels gerespecteerd worden:
1. De kraan moet afgesloten worden volgens de instructies van de fabrikant zodat kinderen, dieven… de kraan niet kunnen bedienen.
2. De torenkranen moet windvrij staan, zodat de kraan vrij kan bewegen en kan meedraaien met de windrichting.
3. Wanneer de kraan ronddraait onder invloed van de wind, mag de opgehangen last nooit boven publiek toegankelijke plaatsen of de openbare weg draaien.
4. De last moet zo opgehangen worden dat hij nooit een obstakel (elektrische leidingen, gebouwen…) kan raken.
5. Voorwerpen met een groot oppervlak, die veel wind kunnen vangen, mogen nooit zonder toezicht aan de kraan blijven hangen.
6. De last, de materiaalbak die in de kraan hangt mag niet kunnen vallen, zwaaien of slingeren.
7. De loopkat moet zo dicht mogelijk bij de mast gehaald worden en de hijshaak moet zo hoog mogelijk opgetrokken worden.
8. Staan er verschillende kranen, dan mogen zij elkaar niet kunnen raken.
9. Kranen op rails moeten vastgezet worden, bijvoorbeeld met railklemmen.
10. Er mogen nooit lasten achtergelaten worden aan kranen die op de openbare weg opgesteld staan.

 

Als antwoord op een vraag die we kregen van een aandachtige weggebruiker S. Barbry

 

Bekijk alle nieuwsberichten